Debatteren

Wie een commissievergadering of een raadsvergadering bezoekt of on-line volgt, zal zich afvragen wat er gebeurt. Bij een vergadering of debat verwacht je een interactie tussen de deelnemers. Men reageert op elkaar en probeert elkaar te overtuigen. Maar in de vergaderingen van de gemeenteraad en de commissie gebeurt er wat anders.

Alle deelnemers stellen vragen. Niet aan elkaar, maar aan het college. In het gunstigste geval gaat hem om politieke of bestuurlijke motieven achter een besluit maar vaak zijn het ook vragen waarvan het antwoord in de stukken staat of die eenvoudig door even zoeken op het internet te achterhalen zijn. Het is vooral merkwaardig als je beseft dat de wethouder eigenlijk geen onderdeel uitmaakt van de raad maar blijkbaar toch in een hoofdrol geduwd wordt.

Ik denk dat voor mensen die het debat willen volgen, niet de beste vraag van belang is. Komt de toeschouwer thuis en zegt met lichte emotie: “nou, mijn partij had toch wel zo’n goede vraag gesteld, tsonge!” Natuurlijk is het leuk als zo’n vraag een wethouder in verwarring brengt en als toneelstukje is het misschien interessant. Maar de kiezer wil weten waar het verschil zit tussen de partijen.

Als u het voorstel steunt, waarom bent u als liberaal, communist of dierenactivist het eens met het voorstel? En is de reden daarvoor anders dan bij een andere partij? Waar zit het verschil tussen de partijen en spreken ze elkaar erop aan.

Wat zou het leuk zijn als de deelnemers aan de vergadering met elkaar in gesprek gaan en zo laten zien tot welk besluit ze komen. Gedragen door goede argumenten. Wat zou het leuk zijn als er geen vragen aan de wethouder gesteld worden, maar de volksvertegenwoordigers zelf elkaar bevragen op politieke en emotionele meningen. Wat zou het leuk zijn als ze dat respectvol en doelgericht doen. Zonder afleidingen, moeilijke woorden of trucjes.

Dit is de reden dat ik graag trainingen geef. Om volksvertegenwoordigers te helpen om geen vragen te stellen, maar een politieke mening te hebben. En om dat goed onderbouwd en overtuigend te kunnen brengen.

Politiek correct

De mens is een groepsdier. We houden ervan om met anderen samen te zijn en stemmen ons gedrag daarop af. We gedragen ons anders in een familiesituatie dan op het werk. Je houdt rekening met anderen door jouw vrijheid van meningsuiting te temperen met hoffelijkheid en wellevendheid. Daarom lukt het ons om een redelijk succesvolle samenleving vorm te geven.

Hoe we ons dan gedragen hangt af van tijd, plaats en gezelschap. Er zijn lokale gebruiken die geleid hebben tot gezamenlijke waarden en gegroeide, vaak ongeschreven regels, de normen van een groep. De ongeschreven regels zijn niet altijd star, maar je merkt binnen de groep wel wanneer je er te ver overheen gaat. We zijn flexibel genoeg om daarmee om te gaan. Lees verder

Ondernemerspartij of volkspartij

Op bijeenkomsten wordt vaak gezegd dat de VVD een ondernemerspartij is. Veel mensen beamen dat, maar ik zie ook ongemakkelijke blikken.

De VVD is een liberale partij. Dat houdt in dat de vrijheid van het individu als uitgangspunt wordt genomen. De vrijheid die beperkt wordt door de vrijheden van andere deelnemers van de samenleving. In die context hebben mensen het recht op maximale (en niet absolute) vrijheid, autonomie, zelf keuzes maken. En dit steeds binnen de relatie met de omgeving. Het is vrijheid en verantwoordelijkheid. Lees verder

Toezichthouders in de gemeenteraad?

Governance gaat over bestuur en toezicht, waarbij het doel van toezicht is om de kwaliteit van het bestuur te bewaken. Het bestuur is de persoon of organisatie die de organisatie feitelijk bestuurd en bijvoorbeeld rechtshandelingen mag verrichten.

In principe zijn de taken en verantwoordelijkheden van de toezichthouder vergelijkbaar met die van de gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders vormt het bestuur van de gemeente. Zij mag handelingen plegen met rechtsgevolgen in naam van de gemeente. Lees verder

Nederlandse bloemkolen (over energie)

In de energiewereld zijn er af en toe merkwaardige constructies. Een daarvan bestaat uit garanties van oorsprong.

Bij een willekeurig energiebedrijf kan ik 100% Nederlandse windenergie kopen. Nu gebeurt het vrij regelmatig dat het onvoldoende waait om de klant van windstroom te voorzien en daarom worden er GvO’s afgegeven, garantie van oorsprong. Lees verder

Gemeentelijke “duurzaamheidsindex”

De gemeentelijke duurzaamheidsindex is een gemakkelijk hulpmiddel voor raadsleden om te bezien of college en ambtenaren wel voldoende aan duurzaamheid doen. Veel aspecten worden bekeken en handig omgewerkt naar één getal, waarmee gemeenten zich onderling kunnen vergelijken. In menige gemeenteraad zal er wel een raadslid zijn dat vraagt naar de index of het college oproept om meer te doen, want onze gemeente staat op plaats 100 (of 13 of 325) en dat is te laag.

Lees verder

Natuurwaarde 2.0 meet geen biodiversiteit

De laatste tijd komt de biodiversiteit steeds meer in de publieke belangstelling te staan, dat wil zeggen in de media en bij sommige politici. De meeste Nederlanders weten niet wat het is of wat het betekent. Er duiken cijfers op dat in Nederland de natuurwaarde nog maar 19% is (zie Compendium voor de leefomgeving). Let op: natuurwaarde wordt gebruikt in plaats van biodiversiteit!

Leg uit!

Lees verder

Het dikke ik en de liberale kernwaarden

De meeste liberalen kennen de kernwaarden van de VVD. De eerste twee: vrijheid en verantwoordelijkheid zijn vooral gericht op het individu en de andere drie meer op de samenleving: sociale rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Sociale rechtvaardigheid blijkt vaak het lastigst te doorgronden. Het is namelijk veel meer dan een liberaal excuus om bijstand te kunnen verlenen.

Lees verder

Ruimte voor regionale en lokale politiek

Lokaal 13 organiseerde voor 6 februari 2015 een symposium waar werd gezocht naar “Ruimte voor lokaal beleid”. Een van de aangedragen voorbeelden is de plaatsing van windturbines. Deze column is mijn voorwoord van de forumdiscussie.

De opwarming van de aarde, global warming, neemt veel ruimte in op de redactiepagina’s van de kranten. Global warming, Antropogenic global warming (AGW), Catastrophic antropogenic global warming (CAGW) of recent Climate change. Steeds andere benaming, preciezer of dreigender, voor een onheil dat op ons afkomt. Dit was overigens na de global cooling, een periode tussen 1940 en 1970 toen de media aangaven dat een nieuwe ijstijd zou aanbreken en dat we meteen maatregelen moesten nemen om de wereld te redden.

Lees verder